Welkom...

...bij de werkinstructies

De werkinstructies Zorgvuldig onderzoek Wmo zijn er voor deelnemers aan de training. Vertel even wie je bent, dan staan ze voor je klaar.

Je gegevens worden bewaard op dit apparaat, zodat je de volgende keer meteen verder kunt. Vragen? Mail gerust naar info@hannekevanbemmel.nl.

Werkinstructies

Werkinstructies

Zorgvuldig onderzoek Wmo

De wettelijke basis, de 5 stappen van het onderzoek met de vragen per stap, en de voorliggende oplossingen. Voor onderweg en tijdens het huisbezoek.

Inhoud

De basis

De 5 stappen

  1. 0De introductie tijdens het huisbezoekKennismaken en verwachtingen uitspreken.
  2. 1Wat is de hulpvraag?Voorkom een valse start: begin bij de melding.
  3. 2Welke problemen ervaart de inwoner in zijn zelfredzaamheid en participatie?Beschrijf alleen de feiten die je kunt vaststellen tijdens een huisbezoek.
  4. 3Welke ondersteuning of voorziening is nodig naar aard en omvang?Wat moet er worden overgenomen, samen worden gedaan, worden geoefend, worden uitgelegd, worden aangeschaft, worden georganiseerd?
  5. 4Wat kan de inwoner zelf, met het netwerk, met voorliggende voorzieningen of andere wetgeving?Hoe concreter stap 2 en stap 3, des te logischer wordt stap 4.
  6. 5Welke compensatie is (nog) nodig vanuit de Wmo?De uitkomst volgt uit het onderzoek. Niet uit medelijden. Niet uit gewoonte. Niet uit verwachtingen van de inwoner.

Bijlagen

De basis · Hoofdstuk 1

Welkom in de praktijk van de Wmo-consulent

Leerdoel

Bewustwording van je professionele rol.

De praktijk

De Wmo-consulent is een schaap met 5 poten. Je moet van heel veel facetten heel veel weten: slim zijn, nauwkeurig kunnen werken, verschillende gespreksvaardigheden beheersen, foutloos kunnen schrijven, een groot hart hebben voor inwoners en nog heel veel meer.

Oh ja, en je moet het dus ook leuk vinden om een wet uit te voeren! Jouw handtekening kan het verschil maken in het leven van de inwoner. Jouw handtekening is ook heel veel waard als het gaat om financiën.

Heb je enig idee wat jouw handtekening in geld waard is?

De basis · Hoofdstuk 2

Een wettelijke opdracht

Leerdoel

Je kunt onderbouwen welke eisen de wet stelt aan het onderzoek. En je kunt dit uitleggen aan ergotherapeuten, ambulant begeleiders en alle anderen die je tegenkomt in je dagelijks werk.

De praktijk

Artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 beschrijft wat een gemeente moet onderzoeken zodra een inwoner een melding doet voor een ondersteuningsvraag. Het artikel verplicht het college om een zorgvuldig onderzoek uit te voeren voordat een besluit wordt genomen. Dit onderzoek moet altijd plaatsvinden, ongeacht de aard van de melding.

Het gebeurt regelmatig dat een binnengekomen melding (digitaal of telefonisch) de verwachting schept dat het niet een vraag is die valt binnen de kaders van de Wmo. Dan toch is het belangrijk om er zorgvuldig aandacht aan te besteden. Wees zorgvuldig in wat je volgende actie is. Wel of niet een dossier opstarten, wel of niet nog laten beoordelen door een consulent? Welke informatie ga je wel of niet noteren in het dossier?

We gaan tijdens het behandelen van de werkinstructies van de 5 stappen niet alles vastleggen met regels: wanneer doen we iets wel en wanneer doen we iets niet. Dit kunnen we niet vastleggen, omdat het maatwerk is. Elke stap die je zet vanaf het aanhoren van de melding tot het nemen van een besluit is per inwoner, per melding weer anders.

We doen veel “op gevoel”. Zorg er wel voor dat je de gemaakte keuze kunt onderbouwen vanuit je deskundigheid. Lukt dat niet alleen? Vraag je collega's! De Wmo voer je uit met je hele team. Uniformiteit is noodzakelijk.

Het artikel geeft consulenten een duidelijke opdracht: onderzoek eerst volledig, beslis daarna zorgvuldig. Het is geen keuze, maar een wettelijke plicht.

Extra onderzoek kan nodig zijn wanneer de situatie complex is, wanneer er tegenstrijdige informatie is, of wanneer de consulent onvoldoende feiten heeft om een besluit te nemen. Zo nodig worden er externe deskundigen ingeschakeld.

Schroom niet om dat te doen. Maak die kosten! Jij bent niet het schaap met 6 poten!

Bezwaar en beroep

Een onderzoeksverslag moet juridisch houdbaar zijn. In bezwaar en beroep kijken de bezwaarcommissie en de rechter onder andere naar:

  • Is het onderzoek volledig uitgevoerd?
  • Zijn alle onderdelen van de 5 stappen onderzocht?
  • Zijn de feiten correct en volledig vastgelegd?
  • Is de analyse logisch en zorgvuldig?
  • Is het besluit goed gemotiveerd?

Een onvolledig onderzoek of vage informatie (containerbegrippen) leidt vaak tot gegrond bezwaar. Een verslag dat feiten bevat, helder is opgebouwd en aansluit bij de wet, houdt vrijwel altijd stand.

De basis · Hoofdstuk 5

De 5 stappen van het zorgvuldig onderzoek volgens de Centrale Raad van Beroep

Leerdoelen

  • Je begrijpt waarom de vijf onderzoeksstappen verplicht zijn.
  • Je herkent iedere stap tijdens een huisbezoek.
  • Je weet welke informatie je per stap moet verzamelen.
  • Je kunt feiten onderscheiden van aannames.
  • Je kunt de onderzoeksresultaten verwerken in een zorgvuldig onderzoeksverslag.

De praktijk

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft al vele uitspraken gedaan over het onderzoek van de Wmo-consulent. Een van de eerste uitspraken komt uit 2018: ECLI:NL:CRVB:2018:819. En dan overweging 4.4.2.

Het komt regelmatig voor dat de inwoner de rechter hoort zeggen dat er geen besluit genomen kan worden omdat het onderzoek niet zorgvuldig is. De rechter heeft te weinig feitelijke informatie ontvangen om een goed gefundeerd besluit te nemen.

Hoe kan dat? Die Wmo-consulent heeft toch haar uiterste best gedaan?

Een zorgvuldig onderzoek is geen checklist die achteraf wordt afgevinkt. Het is een manier van denken en werken, vanaf het huisbezoek tot en met alle andere acties die daarna nog plaatsvinden.

Stap 0

0

De introductie tijdens het huisbezoek

Doel

Kennismaken en verwachtingen uitspreken.

De praktijk

We zijn te gast. De inwoner heeft verwachtingen, en jij ook. Benoem ze allebei.

  • Wat vertel je over de wet en de processtappen?
  • Wat verwacht de inwoner van dit gesprek?
  • Wat noteer je in je onderzoeksverslag over de introductie?

Stap 1

1

Wat is de hulpvraag?

Doel

Inzicht krijgen in de hulpvraag.

De praktijk

De inwoner heeft niet altijd zelf de melding gedaan. Voorkom een valse start: begin bij de melding. Lees deze voor. Check bij een telefonisch aangenomen melding of de collega's van de frontoffice het goed hebben weergegeven. Of check of meneer wel weet wat zijn schoonzoon op het digitale meldformulier heeft genoteerd.

Vragen die kunnen helpen:

  • Wie heeft de melding gedaan?
  • Weet u wat er geschreven staat in de melding?
  • Wat maakt dat u juist nu hulp vraagt of een melding doet?

Claimgerichte meldingen

Meldingen zijn vaak claimgericht. In de melding wordt dan een voorziening genoemd. Ik vind dat niet vreemd, maar logisch.

Als je een melding doet omdat je steeds meer gaat opzien tegen het traplopen, dan vraag je in de melding om een traplift. Toch?

We noemen dit in de praktijk een claimgerichte melding. En dat vinden we irritant. Ik hoor de Wmo-consulent dan zeggen: “We zijn geen winkel.”

Maar wat zou de inwoner dan in de melding moeten schrijven? “Ik heb een fysiek probleem bij het bereiken van de eerste verdieping en daar is mijn slaap- en badkamer”?

Nog een claimgericht voorbeeld. “Ik kom niet meer buiten en wil graag een scootmobiel” is een claimgerichte melding. Had de inwoner dit anders moeten opschrijven? Kunnen we van de inwoner verwachten dat hij zijn volledige hulpvraag opschrijft?

Dus: “Het lukt mij niet meer om wekelijks de essentiële bestemmingen op de middellange afstand te bereiken. Hierdoor ontmoet ik weinig mensen en voel ik me eenzaam.”

Stap 2

2

Welke problemen ervaart de inwoner in zijn zelfredzaamheid en participatie?

Doel

Met feiten noteren welke lichamelijke en psychische mogelijkheden en beperkingen van invloed zijn op het dagelijks functioneren. Dit met betrekking tot de zelfredzaamheid en de participatie.

Analyseer de activiteit. Je moet het uiteindelijk kunnen visualiseren.

De praktijk

Dit is samen met stap 3 de moeilijkste stap om goed uit te vragen. Bij stap 2 willen we helder krijgen wat er nu fout gaat in de dag, de week en het leven van de inwoner.

Ook in deze training geen definitie van wat “goed” is of wat we verstaan onder “fout”. Is 1x per week douchen fout, of gezien de omstandigheden juist een compliment waard, dus goed?

Zelfredzaamheid

Algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

  • In en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen, ontspanning en het ontvangen van sociale contacten. Ten aanzien van het huishouden: structuur aanbrengen, zelfstandig kunnen wonen, omgaan met geld, etc.

Participatie

Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

  • Op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen ontmoeten, contacten onderhouden, boodschappen kunnen doen en aan maatschappelijke activiteiten kunnen deelnemen. Daarvoor is het kunnen verplaatsen ook een vereiste.

Wat onderzoek je bij stap 2?

We onderzoeken “het poppetje van Frans” (bijlage 3). Bij stap 2 gaan we vragen stellen over het lichaam. Van kruin tot teen.

Drie vragen staan centraal: wat zijn de lichamelijke en psychische beperkingen? Binnen welke leefgebieden worden de problemen ervaren? En wat zijn dan die problemen?

  • A. Lichamelijke en psychische beperkingen en mogelijkheden. Noteer zo exact mogelijk wat er bedoeld wordt.
  • B. Welke activiteiten en leefgebieden gaan niet goed?
    • Het gaat nog goed of redelijk goed: vervelend, lastig, ingewikkeld.
    • Niet goed: er gaan zaken fout, het welzijn wordt steeds minder.

Voorbeeld: bukken

De inwoner zegt: bukken lukt niet meer. Bij doorvragen blijkt: de inwoner kan het nog wel, maar wil graag steun hebben voor de handen. Is bang om te vallen door minder kracht in de benen.

Leefgebieden waarbij je moet kunnen bukken:

  • Persoonlijke verzorging. De inwoner kan nog zelf de sokken en schoenen aantrekken. Bukken is mogelijk vanuit zittende houding.
  • Koken en schoonmaken. Een pan pakken uit het onderste aanrechtkastje is mogelijk, mits het aanrecht wordt vastgehouden. De lage muurtegels in de badkamer schoonmaken lukt niet. Er is dan geen steun aanwezig.

Vragen die gericht zijn op feiten (getallen)

  • Hoe ver kunt u lopen, in meters of minuten?
  • Wat kunt u nog wel tillen? Een pan aardappelen? Een wasmand?
  • Hoe lang doet u zelf over het verschonen van het bed?
  • Hoe vaak bent u in het afgelopen jaar gevallen?

Vragen die kunnen helpen bij A: lichaam en psyche

  • Kunt u iets vertellen over uw gezondheid? (cognitie, conditie, energie, hart, longen, etc.)
  • Van welke klachten, pijn of stress ervaart u de meeste hinder?
  • Lichamelijk: wat gaat er moeilijk? Kunt u een voorbeeld noemen? (linkerschouder, rechterschouder, heupen, spieren, voeten, etc.)
  • Kunt u mij vertellen of laten zien hoe u een handeling doet? (observeren: staan, lopen, bukken, tillen, reiken, grijpen, traplopen, fietsen, etc.)
  • Wat gebeurt er als u deze activiteit uitvoert?
  • Psychisch: kunt u iets vertellen over uw problematiek? (denken, doen en handelen: zorgen, angst, stress, regie, prikkels, initiatief, etc.)
  • Wat gebeurt er als u deze gevoelens of beperking ervaart?
  • Sinds wanneer ervaart u deze problemen?
  • Verwacht u nog dat dit zal veranderen?
  • Heeft u hierover contact gehad met een arts?
  • Bij gebruik van medicatie of behandeling: wat is het doel en wordt het doel bereikt?

Vragen die kunnen helpen bij B: per essentieel leefgebied

  • Bij welke dagelijkse of wekelijkse activiteiten ervaart u deze beperkingen?
  • Welke (deel)activiteiten lukken nog wel, welke lukken niet of soms een beetje?
  • Lukt het nooit of soms? Hoe voelt dit voor u?
  • Hoe vaak gebeurt het en hoe lang duurt het?
  • Wat zou ik zien als ik bij u was?
  • Hoe heeft u dit in het verleden gedaan?
  • Wat moet er opgelost worden?
  • Welk doel zou u willen bereiken?

Stap 3

3

Welke ondersteuning of voorziening is nodig naar aard en omvang?

Doel

Wat moet er worden overgenomen, samen worden gedaan, worden geoefend, worden uitgelegd, worden aangeschaft, worden georganiseerd?

De praktijk

Deze stap wordt vaak overgeslagen of onvoldoende uitgewerkt. Er wordt bij stap 5 genoteerd dat er “iets” nodig is, maar de lezer snapt niet hoe de Wmo-consulent tot die conclusie is gekomen. En dat komt dan omdat stap 3 niet helder is geworden, dus ook niet helder is beschreven.

Deze stap is ook heel belangrijk voor stap 4. Bij stap 3 krijg je al een concreet beeld van wat er nodig is. Is het “iets” eenvoudigs wat opgelost moet worden? Kunnen we straks overwegen het netwerk te vragen, of gaat het om “iets” wat veel tijd en energie vraagt en op dit moment vraagt om een professional of een voorziening? Een simpele Gamma-voorziening of een niet algemeen gebruikelijke voorziening?

Voorbeeld 1: er is begeleiding nodig

Is de situatie complex? Dat moet al blijken uit stap 2.

  • Bij welke activiteiten is begeleiding nodig?
  • Hoe lang duurt de uitvoering van die activiteiten?
  • Is er dagelijks of wekelijks begeleiding nodig?
  • Gaat het om een activiteit samen doen, of gaat het om aansturing, of overname?

Voorbeeld 2: het schoonhouden van de woning

Is de situatie complex? Dat moet al blijken uit stap 2.

  • Is exact beschreven wat de inwoner zelf nog kan doen?
  • Noem exact de schoonmaakactiviteiten die moeten worden overgenomen.
  • Zijn het schoonmaakactiviteiten die wekelijks nodig zijn? Of 1x per maand?

Stap 3 kun je alleen beantwoorden als je bij stap 2 de feiten en observaties hebt genoteerd. Heb je na stap 2 echt een goed beeld gekregen van het leven van de inwoner? Of heb je algemene informatie genoteerd die op vele mensen met een CVA van toepassing is, of waar alle mensen met ADHD last van hebben?

Wel beperkingen, maar ook nog heel zelfstandig

Soms blijkt na stap 2 dat de inwoner wel beperkingen ervaart, maar dat de inwoner ondanks de beperkingen nog veel zelf doet, of met hulp. Het kan gaan over waarden en normen. Niet meer 's avonds van huis kunnen is in het leven van de ene inwoner aantoonbaar een enorm verlies, en in het leven van een ander een situatie “die hoort bij het leven”.

Helder moet worden in welke mate de zelfredzaamheid en participatie onvoldoende zijn in het leven van de inwoner waar jij op huisbezoek bent.

Stap 4

4

Wat kan de inwoner zelf, met hulp van het netwerk, met voorliggende voorzieningen en oplossingen of andere wetgeving?

Doel

Onderzoeken welke voorliggende oplossingen er nu al zijn of gerealiseerd kunnen worden, die meehelpen de hulpvraag op te lossen.

De praktijk

Als bij stap 3 het probleem concreet is geworden, dan is het eenvoudig om te bedenken of voorliggende opties onderzocht moeten en kunnen worden bij stap 4.

Gaat het om een eenvoudige handeling die gedaan moet worden? Is daar specialistische kennis voor nodig? Of kan een eenvoudig hulpmiddel van de Marskramer al een deel van de hulpvraag oplossen?

Het kan zijn dat de beperkingen complex zijn, de aard van het probleem ingewikkeld is en de omvang groot. Soms is er veel hulp nodig, of op lastige tijdstippen, of zijn de kosten hoog van wat er nodig is. Dan ben je misschien snel klaar bij stap 4. Prima. Maar ook nu is het nodig om dit wel te melden in het onderzoeksverslag.

Een beroep doen op het netwerk klinkt simpel, maar is het niet. Iedereen die weet hoe het voelt om mantelzorg te bieden, weet van de mooie maar ook van de zware momenten. Als Wmo-consulent besteed je hier aandacht aan.

Ook de eigen kracht krijgt nu (nog eens) de aandacht. Het is immers al genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 dat we deze vragen aan de inwoner gaan stellen. Neem hier de tijd voor. Fijn als je in je introductie al duidelijk bent geweest.

Voorliggende oplossingen

Hoe concreter stap 2 en stap 3, des te logischer wordt stap 4.

Beschrijf duidelijk waarom er wel, geen of gedeeltelijk een passende oplossing is bij stap 4. De oplossing moet aanwezig zijn, beschikbaar zijn en daadwerkelijk meehelpen aan (een deel van) de oplossing.

Nog na te zoeken door Hanneke

Welke criteria hier precies gelden, wil Hanneke nog uitzoeken.

Voorbeeld voorliggende oplossing: douchekruk van de Gamma

  • “Het is gelukt, mijn kleinzoon heeft een douchekruk besteld met de computer.”
  • “Ik weet niet hoe ik bij de Gamma moet komen voor die douchekruk.”
  • “Ik red me nu nog wel. Ik ben er niet meer mee bezig geweest.”

Hoe zeker weet je dat in situatie 2 en 3 het staan onder de douche nu wel of niet veilig is?

De inwoner ervaart beperkingen waardoor er een hulpvraag is. De hulpvraag kan niet, niet volledig of voor een deel worden opgelost door:

  • eigen oplossingen of met gebruikelijke hulp;
  • hulp van anderen;
  • hulp van aanwezige organisaties (sociale kaart) en voorzieningen;
  • gebruik te maken van hulpmiddelen of andere gebruiksgoederen;
  • behandeling, coaching;
  • andere voorliggende wetten of organisaties;
  • en alle andere ideeën die jij en je collega's kunnen bedenken.

Zie ook bijlage 5: samenvatting voorliggende oplossingen.

Voorbeelden

Begeleiding

Gezien de aard en omvang van de beperkingen is professionele hulp nodig. In verband met de aard en omvang van de problemen is het niet reëel om te verwachten dat het netwerk op dit moment ondersteuning kan bieden. Mevrouw is nu niet in staat om haar problemen op te lossen met voorliggende voorzieningen.

Mogelijk kan met hulp van een professional in de toekomst het netwerk wel worden betrokken en ondersteuning bieden. Dit geldt ook voor het gebruikmaken van de vele activiteiten die georganiseerd worden vanuit Stichting Welzijn voor Ouderen. Met hulp van een professional kan mevrouw met deze organisatie gaan kennismaken.

Woningaanpassing

Door de beperkingen van meneer ervaart hij bij alle keukenactiviteiten problemen. Hij is niet in staat om zelf te koken voor zichzelf en zijn jonge kinderen. Voorliggende oplossingen zijn in het verleden uitgeprobeerd met de ergotherapeute. Gebruikmaken van een sta-zitkruk is door zijn lichamelijke achteruitgang niet meer mogelijk. Meneer moet zittend gaan koken.

Omdat meneer als enige in huis kan koken, is gebruikmaken van kant-en-klaarmaaltijden geen oplossing. De kosten van 7 maaltijden per week voor 3 personen zouden vele malen hoger zijn dan de kosten als er zelf gekookt wordt. Meneer heeft verteld dat hij met zijn financiële budget elke maand kan rondkomen. Deze extra kosten zou hij niet kunnen betalen.

Er zijn geen voorliggende oplossingen die adequaat en haalbaar zijn.

Vervoer

Mevrouw kan bijna alle wekelijkse en maandelijkse bestemmingen zelf bereiken. Er zijn per maand 5 bestemmingen waar zij niet meer fietsend kan komen (zie stap 3).

Mevrouw zou enkele bestemmingen kunnen bereiken met het openbaar vervoer. De bushalte is 350 meter vanaf haar woning. Op de bestemming aangekomen moet zij dan nog 225 meter lopen. Mevrouw is cognitief en fysiek in staat om het openbaar vervoer te gaan gebruiken. Ze heeft dit echter nog nooit gedaan en weet ook niet of ze het gaat uitproberen.

Ook kan mevrouw anderen die naar dezelfde bestemming gaan (verjaardagen en het voetbalveld van de kleinkinderen) vragen haar op te halen en weer thuis te brengen.

Voor incidentele ritten kan mevrouw ook tegen een aangepast tarief gebruikmaken van het collectief vervoer, zonder de Wmo-pas. De folder met informatie wordt aan haar toegestuurd.

Stap 5

5

Welke compensatie is (nog) nodig vanuit de Wmo?

Doel

Vaststellen welke oplossing leidt tot een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid of participatie van de inwoner.

De praktijk

De uitkomst volgt uit het onderzoek. Niet uit medelijden. Niet uit gewoonte. Niet uit verwachtingen van de inwoner. Je hebt continu de kaders van de wet, de verordening en het beleid gevolgd.

Na stap 1, 2, 3 en 4 moet het geen probleem meer zijn om een besluit te nemen. Of heb je toch nog twijfels? Heb je geen goed beeld gekregen? Zoek dan uit waar je eerst nog wat meer tijd aan moet besteden.

Misschien toch nog een extern deskundige vragen stellen? Dit kan zijn een medisch onderzoek, het inschakelen van een ergotherapeut, bouwkundige, etc. Uiteraard kun je dit besluit ook al nemen bij de eerdere stappen.

Je kunt een besluit nemen als het volgende helder is:

  1. er zijn geen problemen meer, want alles kan voorliggend worden opgelost;
  2. een deel van de problemen kan niet voorliggend worden opgelost;
  3. er zijn geen voorliggende oplossingen, er is een maatwerkvoorziening nodig.

Het besluit

  1. Er is geen maatwerkvoorziening nodig, want de hulpvraag kan worden opgelost met …
  2. De hulpvraag kan gedeeltelijk worden opgelost vanuit voorliggende mogelijkheden. Voor het deel dat daarmee niet kan worden opgelost, wordt geadviseerd een (voorziening) te verstrekken.
  3. Geadviseerd wordt om een maatwerkvoorziening te verstrekken. Met een (voorziening) is mevrouw in staat om voldoende zelfredzaam te blijven.

In onderzoeksverslagen wordt veel tekst gebruikt om het besluit te onderbouwen. Kan het ook korter? Waarom tekst herhalen, knippen en plakken? Als de eerdere stappen zorgvuldig zijn uitgewerkt, begrijpt de lezer al wat het besluit gaat worden. Een enkele zin herhalen om er een goedlopende tekst van te maken is logisch.

De melding versus het besluit

Krijgt de inwoner de maatwerkvoorziening waar om gevraagd was in de melding? Nee? Besteed hier dan aandacht aan bij stap 5. Laat zien dat je hun eigen wens niet vergeten bent, maar dat die onderdeel was van je besluit:

“In de melding heeft u gevraagd om een traplift. Uit het onderzoek is gebleken dat u weer veilig trap kunt lopen als er een tweede trapleuning wordt geplaatst. Een traplift is niet noodzakelijk om veilig uw slaapkamer en natte cel te bereiken.”

Bijlage 1

Uitspraak Centrale Raad van Beroep, 21 maart 2018, overweging 4.4.2

ECLIECLI:NL:CRVB:2018:819
InstantieCentrale Raad van Beroep
Datum uitspraak21 maart 2018 (gepubliceerd 22 maart 2018)
Zaaknummer16/6592 WMO15-T
RechtsgebiedSocialezekerheidsrecht, hoger beroep

Inhoudsindicatie

Het onderzoek van het college is onvoldoende geweest om te kunnen vaststellen of het aan appellant toegekende pgb een toereikende bijdrage is aan zijn zelfredzaamheid of participatie. Dit betekent dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke grondslag berust. Dit besluit kan daarom niet in stand blijven. De Raad ziet uit een oogpunt van finale geschilbeslechting aanleiding om het college op te dragen om de gebreken in de besluitvorming met inachtneming van deze tussenuitspraak te herstellen en indien het nadere onderzoek daartoe aanleiding geeft een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Overweging 4.4.2

Uit artikel 3:2 van de Awb in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015 vloeit voort dat het college voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over maatschappelijke ondersteuning van belang zijnde feiten en omstandigheden en af te wegen belangen. Dit brengt met zich dat wanneer bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning het college allereerst moet vaststellen wat de hulpvraag is. Vervolgens zal het college moeten vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Eerst wanneer die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving. Uit artikel 2.3.2, vierde lid, aanhef en onder b, c en f, van de Wmo 2015 in samenhang met het derde en vierde lid van artikel 2.3.5 vloeit voort dat het onderzoek er vervolgens op gericht moet zijn of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken (vergelijk de uitspraak van de Raad van 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477).

Bijlage 5

Samenvatting voorliggende oplossingen

De inwoner ervaart beperkingen waardoor er een hulpvraag is. De hulpvraag kan niet, niet volledig of voor een deel worden opgelost door:

  1. Eigen oplossingen of gebruikelijke hulp
    • andere inrichting van de keukenkastjes;
    • agenda indelen op basis van beschikbare energie;
    • positieve gezondheid: moe zijn na het stofzuigen is oké, etc.
  2. Hulp van anderen
    • mantelzorgers;
    • familie;
    • buren;
    • vrienden;
    • vrijwilligers, etc.
  3. Hulp van aanwezige organisaties (sociale kaart) en voorzieningen
    • buurthuis;
    • welzijnsorganisaties;
    • verenigingen (sport, zang, kaarten, handwerken);
    • klussenteam;
    • boodschappendienst;
    • openbaar vervoer, etc.
  4. Hulpmiddelen of andere gebruiksgoederen
    • plumeau met lange steel;
    • wasrek in plaats van hoge waslijnen;
    • fiets met lage instap.
  5. Behandeling, coaching
    • behandeling: ergotherapie, fysiotherapie, medicatie, etc.;
    • lotgenotengroepen;
    • maatschappelijk werk, coaching, etc.;
    • buurt-, wijk-, sport- of wandelcoach.
  6. Andere voorliggende wetten of organisaties
    • Wlz;
    • Zvw;
    • Participatiewet;
    • Leerplicht;
    • Uwv.